Beeld2

Marwiyeh leefde twee jaar en acht maanden als ‘huisslavin’

Photo credit: Ed Wray

Het verhaal van Marwiyeh

Gedurende twee jaar en acht maanden werkte Marwiyeh (30) in het Midden-Oosten. In een appartement dient zij negen werkgevers/bazen tegelijkertijd: het echtpaar Muntazir, hun vier zonen en drie dochters. De leeftijd van de zeven kinderen varieert van 16 tot in de 30.

Dagelijks ondergaat zij vernederingen, fysiek en verbaal geweld en wordt zij seksueel geintimideerd. Ja, zoon Ahmad (21) heeft al talloze keren geprobeerd Marwiyeh seksueel te misbruiken. Deze student is alcoholist en gebruikt drugs. Marwiyeh vindt vaak verdovende middelen als zij de kamer van deze derde zoon van haar baas opruimt. Misschien komt het door de drugs dat hij zich zo wreed en brutaal gedraagt. Elke keer als hij dronken thuiskomt, stormt hij Marwiyeh’s kamer binnen, stort zich op haar lichaam, dat twee keer in het zijne lijkt te passen, en probeert haar te misbruiken.

Marwiyeh’s conditie verzwakt door het werk van ‘s ochtends vroeg tot diep in de nacht, waar geen einde aan lijkt te komen. Ze slaapt maar twee tot drie uur per nacht. Desondanks verzet ze zich en vecht ze terug als Ahmad weer eens niet van haar af kan blijven met zijn ruwe handen. Maar voor haar verzet betaalt Marwiyeh een hoge prijs. Ahmad wordt steeds wreder.

“Hij schopte het meest tegen mijn rug, waardoor ik nog steeds moeite heb met ademhalen.”

Als zij zich probeert te verstoppen in de badkamer slaat hij haar hoofd tot bloedens toe tegen de wastafel. Ook heeft ze ooit haar enkel ernstig verstuikt omdat haar baas haar van de trap duwde toen zij wegrende nadat hij probeerde haar te verkrachten.

Marwiyeh heeft haar bazin ooit verteld over Ahmad’s gedrag. In plaats dat haar bazin het voor haar opnam of haar beschermde, beschuldigde zij haar van leugens en zei dat zij haar zoon zwart probeerde te maken. Dat niet alleen, hierna veranderde de houding van haar bazin 180 graden. Hoewel ze zich voordien normaal gedroeg, werd ook zij steeds wreder en woester. Alles wat Marwiyah deed was fout in haar ogen. Aan haar haren getrokken worden, klappen krijgen of uitgescholden worden voor ‘hond’, ‘beest’ of ‘domkop’ was dagelijkse kost voor de vrouw uit Sumber Lesung.

Hartkloppingen

Marwiyeh’s ellendige avontuur begint in 2010 wanneer zij naar het Midden-Oosten vertrekt om als domestic worker aan de slag te gaan. Net als bij de andere huishoudelijke hulpen is armoede de belangrijkste reden voor haar vertrek. Haar man, met wie zij in 2006 is getrouwd, werkt als visser. Hij heeft geen vast inkomen omdat hij niet iedere dag de zee op kan om te vissen. Tegelijkertijd dragen zij wel de zorg voor hun kleine kind en Marwiyeh’s schoonouders. Om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, hebben zij hun enige sawah al verpand. Meer bezittingen hebben zij niet.

Toevallig was er een sponsor (tussenpersoon) die door de dorpen trok om arbeidsmigranten te werven. Het was gratis, ik hoefde niets te betalen en kreeg zelfs 1 miljoen rupiah, dat noemden ze ‘fit-geld’.

"Dat fitgeld kregen we nadat we bij een medische check fit waren bevonden,” zo licht zij de werkwijze van de tussenpersonen in het dorp toe.

Haar echtgenoot verzet zich natuurlijk tegen Marwiyah’s plannen om naar het Midden-Oosten te vertrekken. De huiveringwekkende verhalen van arbeidsmigranten s in dat land, over martelpraktijken en verkrachtingen, bezorgen hem hartkloppingen. Helemaal omdat hun kind pas drie jaar oud is. Helaas heeft het gezin geen andere keuze. De kosten voor levensonderhoud lopen op. Bovendien is hun woning verre van optimaal. Het is slechts een gammele hut. Uiteindelijk legt haar echtgenoot zich er bij neer.

Marwiyeh heeft geen hoogdravende dromen. Ze wil alleen wat geld verdienen om haar huis op te knappen en schulden af te betalen.

In Jakarta woont zij veertig dagen in een soort opvangcentrum. Daar leren zij en de andere vrouwen Arabisch, schoonmaken, baby’s verzorgen, en allerlei andere huishoudelijke taken. Het belangrijkst zijn de tips om te ‘overleven’:

“Mij is verteld dat 99% van de mannen in het land waar ik naar toe ging op Indonesische vrouwen valt. En dat de vrouwen er pittig en jaloers zijn. We kregen het advies om onze baas niet aan te kijken, omdat hij dan zou denken dat wij hem leuk zouden vinden.”

Gemengde gevoelens

Als moeder vindt Marwiyeh het zwaar om straks voor twee jaar ver van huis te zijn. Naarmate het vertrek nadert, krijgt zij dan ook steeds meer gemengde gevoelens. Ze geeft toe dat ze, wanneer ze in het vliegtuig zit, ontzettend spijt heeft. Maar het is te laat om uit te stappen.

Wanneer ze begint met werken, werkt ze nog niet voor het echtpaar met de zeven kinderen. Zoals in haar contract staat, is zij het ‘eigendom’ van mijnheer Muntazir. Zij werkt drie maanden voor hem. Er wonen maar drie mensen in het huis: hijzelf, zijn echtgenote en hun enige kind. Zolang zij daar werkt, gaat alles goed. Maar haar geluk is van korte duur. De schoonouders van Muntazir, die toevallig niet ver weg wonen, krijgen problemen met hun hulp in de huishouding. Daarom vindt er een ‘ruil’ plaats. Marwiyah verhuist naar het huis van de schoonouders.

Vanaf dat moment begint haar lijdensweg.

Nog steeds geen loon

Bij haar nieuwe baas heeft Marwiyeh geen vrije dagen. Ze werkt zeven dagen per week. Om vier uur staat ze op, verricht haar ochtendgebed, maakt schoon, veegt, doet de was, zorgt voor het ontbijt, de lunch en avondeten voor negen personen. Ze mag blij zijn als ze eventuele restjes mag opeten. Pas om één uur of later krijgt ze kans om uit te rusten. Als de dronken en seksbeluste zoon tenminste niet haar kamer binnenstormt en zich aan haar probeert te vergrijpen.

Naast de pogingen tot seksueel misbruik, het harde werken en het verbale geweld, zijn er problemen over de uitbetaling van haar loon. Volgens het contract zou Marwiyeh omgerekend ongeveer 140 euro krijgen. Maar haar baas stelt de betaling van het loon, die maandelijks plaats zou moeten vinden, steeds uit. Na zeven maanden werken heeft Marwiyeh nog steeds geen loon gekregen. Na blijven aandringen krijgt zij eindelijk betaald, maar slechts voor twee maanden.

Wanneer zij precies één jaar in dienst is, krijgt zij opnieuw een gedeelte uitbetaald, dit keer krijgt zij drie maanden. Van de twaalf maanden is dus maar voor vijf maanden loon betaald.

Marwiyeh kan alleen maar huilen

Omdat ze er genoeg van heeft, besluit Marwiyeh, wanneer ze precies anderhalf jaar in dienst is, er vandoor te gaan. Wanneer de bewoners van het huis nog slapen doet zij alsof zij het afval buiten gaat zetten maar gaat direct naar het politiebureau. In plaats van haar te helpen, belt de Saoedische politie haar eerste baas werkgever, mijnheer Muntazir, om haar op te komen halen.

Marwiyeh weigert terug te gaan naar de wrede schoonouders van Muntazir. Hij belooft haar dat ze weer bij hem kan komen werken. Marwiyeh laat zich overhalen en gaat met hem mee. Maar hij blijkt te hebben gelogen. Wanneer ze bijna bij zijn huis zijn, maakt hij een bocht en rijdt alsnog naar het huis van zijn schoonouders en hun zeven kinderen.

“Zodra de deur openging en ik binnen was, kreeg ik klappen. Ze schreeuwden:…Waarom vertel jij de politie hoe het er hier aan toe gaat?!”

Marwiyeh kan alleen maar huilen, op de grond liggend van de pijn. Daarna begint de routine van het zware en vermoeiende werk opnieuw.

“…Huilen deed ik daar iedere dag. Maar ik hield moed, omdat ik bleef hopen dat ik mijn kind en mijn familie terug zou zien.

Blinde jaloezie

Later is het niet slechts één van de zoons die Marwiyeh steeds probeert ‘aan te raken’ en lastig te vallen. Ook de andere zoons en zelfs haar baas. Wanneer zij ziet dat haar echtgenoot het op Marwiyah voorzien heeft, ontsteekt de bazin in blinde jaloezie. Ze maakt een nieuwe regel: wanneer haar man de keuken in gaat, waar Marwiyeh aan het koken of afwassen is, is die verplicht om zo snel mogelijk de keuken uit te rennen en alles waar zij mee bezig is, te laten liggen.

Ongeveer vijf maanden nadat zij voor het eerst is weg gevlucht, gaat Marwiyeh er voor de tweede keer vandoor en meldt zich bij het politiebureau. Opnieuw omdat haar loon wordt ingehouden. Haar baas heeft gezegd dat hij de betalingsachterstand van acht maanden loon direct naar haar familie heeft overgemaakt. Maar nadat zij navraag heeft gedaan, blijkt dat haar familieleden nooit geld hebben ontvangen. Dit keer vraagt Marwiyeh de politie om haar direct naar de Indonesische ambassade te brengen, zodat zij meteen naar Indonesië terug gebracht kan worden. Haar contract voor twee jaar is immers verstreken. Maar in plaats van de Indonesische ambassade te bellen, brengt de Saoedische politie haar opnieuw terug naar haar eerste werkgever. En, zoals te verwachten viel: haar eerste baas dumpt Marwiyeh opnieuw bij zijn hardvochtige schoonouders.

Na haar tweede jaar werken, spreekt Marwiyeh via de telefoon van haar baas met haar echtgenoot. Ze doet aanvankelijk alsof ze iets wil vragen over geld dat ze heeft overgemaakt. Maar ze vraagt haar man ook om het agentschap voor arbeidsmigranten in Jakarta te bellen en hen te vragen om contact op te nemen met de ambassade. Om haar op te halen omdat haar contract erop zit. Weken, een maand, twee maanden gaan voorbij maar er komt niemand van de ambassade om haar op te halen.

Gescheld en geweld

Na een verblijf van twee jaar en acht maanden krijgt Marwiyeh eindelijk haar vrijheid terug. Oftewel acht maanden later dan in haar contract is overeengekomen. Telkens als deze vrouw toestemming vraagt om terug te keren naar Indonesië, probeert haar baas het uit te stellen en zegt dat hij nog geen vervangster heeft gevonden, of dat er geen vluchten zijn naar Indonesië vanwege de bedevaartperiode. Uit protest weigert Marwiyeh verschillende keren om te werken. Iedere dag vraagt zij te mogen stoppen. Deze acties leveren haar vanzelfsprekend nog meer gescheld en geweld van de kant van haar baas op. Toch kan dit haar niet meer schelen. Ze wil alleen maar naar huis, naar huis.

Eén maand voordat ze terug vliegt naar Indonesië, komen er twee nieuwe huishoudsters uit Kenia. In afwachting van haar vertrek wordt Marwiyah ondergebracht bij haar eerste baas. Met zijn toestemming gaat Marwiyeh inkopen doen: een koffer, kleding voor haar kind dat zij al meer dan twee jaar niet heeft gezien, en voor zichzelf.

Naar huis

Dan is de dag van vertrek aangebroken. Voordat zij weg gaat, wordt zij naar het huis van haar tweede baas gebracht om afscheid te nemen. Daar wordt alles wat zij gekocht heeft, haar koffers, de kinderkleren en haar eigen kleding, achtergehouden door haar bazin. De reden dat zij niets mee mag nemen is dat de bazin bang is dat zij in de koffers of onder de kleding iets kan verstoppen dat zij heeft gestolen. Wat nog erger is, is dat Marwiyeh de kleren die zij heeft meegenomen uit Indonesië (gewone kleding met een sluier) niet mag dragen. Ze mag alleen een abaya aan zoals vrouwen daar dragen. Dat niet alleen, ze mag zelfs geen BH of onderbroek dragen. Ook omdat haar bazin bang is dat ze bijvoorbeeld sieraden steelt en deze in haar ondergoed verstopt. En nog is Marwiyeh’s lijdensweg niet ten einde,

“Zelfs mijn haar werd afgeknipt door mijn bazin. Ze zei: als je mij probeert te vervloeken….zal ik hetzelfde bij jou doen. Maar het kon me niets meer schelen. Ik wilde alleen maar naar huis!”

En zo keert Marwiyah terug naar huis, met niets dan een abaya, haar paspoort en haar verdriet.

-----

Om veiligheidsredenen zijn de namen Ahmad en Muntazir gefingeerd.

Hoe Hivos dienstmeisjes beschermt met een telefoonnetwerk

We beschermen uitgebuite dienstmeisjes in het Midden-Oosten en halen ze uit hun isolement. Dit doen we door middel van een telefoonnetwerk waarmee de meisjes tips kunnen uitwisselen of elkaar kunnen helpen in een acute noodsituatie. Lees meer over ons programma.